← Terug naar de blog
🇪🇸Spaans

Spaanse kledingwoordenschat: 120+ woorden voor kleding, schoenen en accessoires

Door SandorBijgewerkt: 8 juli 202611 min leestijd

Snel antwoord

Spaanse kledingwoordenschat draait om een paar veelgebruikte kernwoorden (ropa, camisa, pantalón, zapatos) plus handige categorieën zoals bovenkleding, ondergoed, accessoires en stoffen. In deze gids krijg je 120+ kledingtermen met uitspraakvriendelijke uitleg en regionale notities, zodat je natuurlijk kunt shoppen, inpakken en praten over wat je draagt.

Spaanse kledingwoordenschat leer je het makkelijkst door eerst een kernset alledaagse woorden te beheersen (ropa, camisa, pantalón, zapatos) en daarna per categorie uit te breiden (bovenkleding, ondergoed, accessoires, stoffen en patronen), plus een paar regionale synoniemen die je echt in winkels tegenkomt.

Spaans wordt gesproken in 20 landen waar het een officiële taal is, plus grote gemeenschappen elders, en Instituto Cervantes meldt in zijn jaarlijkse overzicht honderden miljoenen sprekers wereldwijd. Ethnologue’s vermelding voor 2024 plaatst Spaans op ongeveer 559 miljoen sprekers in totaal. Daarom werken kledingwoorden die je voor reizen leert vaak goed in meerdere regio’s, met een paar voorspelbare woordwissels.

Als je ook je toolkit voor je "eerste gesprekken" opbouwt, combineer deze lijst dan met hoe je hallo zegt in het Spaans en hoe je afscheid neemt in het Spaans. Kleding komt snel ter sprake als je winkelt, inpakt, de was doet of complimenten geeft.

Snelle referentie: Spaanse kleding en accessoires

NederlandsSpaansUitspraakFormaliteit
Kledingla ropalah ROH-pahcasual
Overhemdla camisalah kah-MEE-sahcasual
T-shirtla camisetalah kah-mee-SEH-tahcasual
Broeklos pantaloneslohs pahn-tah-LOH-nehscasual
Spijkerbroeklos jeanslohs JEENScasual
Jurkel vestidoehl behs-TEE-dohcasual
Rokla faldalah FAHL-dahcasual
Schoenenlos zapatoslohs sah-PAH-tohscasual
Sneakerslas zapatillaslahs sah-pah-TEE-yahscasual
Jasla chaquetalah chah-KEH-tahcasual
Mantelel abrigoehl ah-BREE-gohcasual
Hoedel sombreroehl sohm-BREH-rohcasual

💡 Zo leer je kledingwoordenschat sneller

Leer per outfit, niet als losse woorden. Kijk een scène waarin iemand zich aankleedt, pauzeer, en benoem wat je ziet: camisa, pantalón, cinturón, zapatos. Dit is een reden waarom film- en tv-fragmenten goed werken voor woordenschat, want kleding is zichtbaar en komt in veel contexten terug.

Kledingwoorden in het Spaans (120+), per categorie

NederlandsSpaansUitspraakNotitie
kledingla ropalah ROH-pahAlgemeen woord voor kleding.
outfitel conjuntoehl kohn-HOON-tohOok 'look' in modecontexten.
kleding (formeel)el atuendoehl ah-TWEN-dohFormeler dan 'ropa'.
zich aankledenvestirsebehs-TEER-sehWerkwoord: Me visto, te vistes.
zich uitkledendesvestirsedehs-behs-TEER-sehTegenovergestelde van vestirse.
dragen (kleding)llevaryeh-BAHRVeelgebruikt: Llevo una camisa azul.
aantrekken (kleding)ponersepoh-NEHR-sehVeelgebruikt: Ponte el abrigo.
uittrekken (kleding)quitarsekee-TAHR-sehVeelgebruikt: Quítate los zapatos.
overhemdla camisalah kah-MEE-sahOverhemd met knopen.
T-shirtla camisetalah kah-mee-SEH-tahHeel gebruikelijk in veel regio's.
T-shirt (Mexico)la playeralah plah-YEH-rahVeelgebruikt in Mexico en delen van Midden-Amerika.
blousela blusalah BLOO-sahVaak voor damestops.
hemdjela camiseta sin mangaslah kah-mee-SEH-tah seen MAHN-gahsLetterlijk: 'shirt zonder mouwen'.
truiel suéterehl SWEH-tehrOok 'el jersey' in Spanje.
hoodiela sudaderalah soo-dah-DEH-rahBedoelt vaak sweatshirt, soms met capuchon.
capuchonla capuchalah kah-POO-chahCapuchon van een jas/hoodie.
vestel cárdiganehl KAR-dee-gahnLeenwoord, gebruikt in modecontexten.
poloshirtel poloehl POH-lohOok 'la camiseta tipo polo'.
broeklos pantaloneslohs pahn-tah-LOH-nehsAlgemene term.
spijkerbroeklos jeanslohs JEENSHeel gebruikelijk in veel landen.
spijkerbroek (Spanje)los vaqueroslohs bah-KEH-rohsVeelgebruikt in Spanje.
denim (Mexico)la mezclillalah mehs-KLEE-yahVaak in 'pantalones de mezclilla'.
shortlos shortslohs SHORTSLeenwoord, wijdverbreid.
short (Spanje)el pantalón cortoehl pahn-tah-LOHN KOR-tohLetterlijk: 'korte broek'.
legginglas mallaslahs MAH-yahsOok 'los leggings' in sommige contexten.
rokla faldalah FAHL-dah
jurkel vestidoehl behs-TEE-doh
pakel trajeehl TRAH-hehOok 'traje de baño' betekent badpak/zwemkleding.
stropdasla corbatalah kor-BAH-tah
vlinderdasla pajaritalah pah-hah-REE-tahVeelgebruikt in Spanje.
mantelel abrigoehl ah-BREE-gohWarme mantel.
jasla chaquetalah chah-KEH-tahWordt breed begrepen.
jas (Mexico)la chamarralah chah-MAH-rrahHeel gebruikelijk in Mexico.
blazerla americanalah ah-meh-ree-KAH-nahVeelgebruikt in Spanje voor een blazer.
regenjasel impermeableehl eem-pehr-meh-AH-blehOok als bijvoeglijk naamwoord: chaqueta impermeable.
sjaalla bufandalah boo-FAHN-dah
handschoenenlos guanteslohs GWAHN-tehs
mutsel gorroehl GOH-rrohOok een algemene gebreide muts.
pet (baseballpet)la gorralah GOH-rrahGorro vs gorra verschilt per regio, maar dit is een veelvoorkomend onderscheid.
schoenenlos zapatoslohs sah-PAH-tohsAlgemene term voor schoenen.
sneakerslas zapatillaslahs sah-pah-TEE-yahsVeelgebruikt in Spanje en veel regio's.
sneakers (Mexico)los tenislohs TEH-neesHeel gebruikelijk in Mexico.
laarzenlas botaslahs BOH-tahs
enkellaarsjeslos botineslohs boh-TEE-nehs
sandalenlas sandaliaslahs sahn-DAH-lyahs
hakkenlos taconeslohs tah-KOH-nehs
ballerina'slas bailarinaslahs bye-lah-REE-nahsVeelgebruikte term voor ballerina's.
pantoffelslas pantuflaslahs pahn-TOO-flahsOok 'zapatillas de casa' in Spanje.
sokkenlos calcetineslohs kahl-seh-TEE-nehsVeelgebruikt in Spanje.
sokken (Latijns-Amerika)las mediaslahs MEH-dyahsWordt ook gebruikt voor kousen, afhankelijk van de regio.
ondergoedla ropa interiorlah ROH-pah een-teh-RYORNeutrale verzamelterm.
bhel sujetadorehl soo-heh-tah-DORVeelgebruikt in Spanje.
bh (Latijns-Amerika)el sosténehl sohs-TEHNVeelgebruikt in veel Latijns-Amerikaanse landen.
onderbroeklos calzoncilloslohs kahl-sohn-SEE-yohsHerenondergoed.
sliplas bragaslahs BRAH-gahsVeelgebruikt in Spanje.
slip (Latijns-Amerika)la ropa interiorlah ROH-pah een-teh-RYORVaak gekozen om regionale ongemakkelijkheid te vermijden.
pyjamael pijamaehl pee-HAH-mahMeervoud wordt ook gebruikt: los pijamas.
badjasla batalah BAH-tah
badpak (ééndelig)el traje de bañoehl TRAH-heh deh BAH-nyohHeel gebruikelijk.
badpak (Spanje)el bañadorehl bah-nyah-DORVeelgebruikt in Spanje.
bikiniel bikiniehl bee-KEE-nee
zwembroekel bañadorehl bah-nyah-DORKan in Spanje ook naar heren-zwemkleding verwijzen.
riemel cinturónehl seen-too-ROHN
tasel bolsoehl BOHL-sohVaak handtas in Spanje.
tas (Latijns-Amerika)la bolsalah BOHL-sahOok boodschappentas.
rugzakla mochilalah moh-CHEE-lah
portemonneela carteralah kar-TEH-rahOok 'portefeuille' afhankelijk van de regio.
muntportemonneeel monederoehl moh-neh-DEH-rohPortemonnee voor muntgeld.
horlogeel relojehl reh-LOH
zonnebrillas gafas de sollahs GAH-fahs deh SOHLSpanje, ook 'lentes de sol'.
bril (algemeen)las gafaslahs GAH-fahsSpanje.
bril (Latijns-Amerika)los lenteslohs LEHN-tehsVeelgebruikt in Latijns-Amerika.
oorbellenlos pendienteslohs pehn-DYEHN-tehsSpanje, ook 'aretes' in sommige regio's.
kettingel collarehl koh-YAHR
armbandla pulseralah pool-SEH-rah
ringel anilloehl ah-NEE-yoh
hoed (algemeen)el sombreroehl sohm-BREH-rohVaak een hoed met rand.
stofla telalah TEH-lah
katoenel algodónehl ahl-goh-DOHN
wolla lanalah LAH-nah
leerel cueroehl KWEH-roh
zijdela sedalah SEH-dah
linnenel linoehl LEE-noh
denimel denimehl DEH-neemLeenwoord, gebruikt in mode.
gestreepta rayasah RAH-yahsPatroon: camisa a rayas.
met stippende lunaresdeh loo-NAH-rehsIconisch in flamenco-mode.
geruitde cuadrosdeh KWAH-drohsWordt ook gebruikt voor 'geblokt'.
effen (zonder patroon)lisoLEE-sohBijvoeglijk naamwoord past zich aan: lisa, lisos, lisas.
maatla tallalah TAH-yahKledingmaat.
schoenmaat (nummer)el númeroehl NOO-meh-rohVoor schoenen: ¿Qué número usas?
paskamerel probadorehl proh-bah-DORIn winkels.
passenprobarseproh-BAHR-sehMe lo pruebo.
het past meme quedameh KEH-dahMe queda bien/mal.
strakajustadoah-hoos-TAH-dohOok 'apretado' in sommige contexten.
wijdholgadoohl-GAH-doh
comfortabelcómodoKOH-moh-doh
goedkoopbaratobah-RAH-toh
duurcaroKAH-roh

Regionaal Spaans: de kledingwoorden die het vaakst veranderen

Spaanse kledingwoordenschat is een perfect voorbeeld van wat sociolinguïsten "pluricentrische" normen noemen. Er is niet één wereldwijd Spaans, en alledaagse woorden verschillen per regio. De RAE documenteert standaardbetekenissen, terwijl ASALE’s Diccionario de americanismos extra handig is voor Latijns-Amerikaans gebruik en regionale betekenissen.

Camiseta

Uitspraak: kah-mee-SEH-tah

Camiseta is het veiligste, meest algemeen begrepen woord voor "T-shirt" in de Spaanstalige wereld. Je hoort het in Spanje, Colombia, Peru en veel andere plekken.

In Mexico is playera (plah-YEH-rah) extreem gebruikelijk, en je ziet het op borden in kledingmarkten en winkels in winkelcentra. Als je camiseta gebruikt in Mexico, begrijpt men je nog steeds.

Chaqueta

Uitspraak: chah-KEH-tah

Chaqueta betekent in het algemeen "jas", maar in sommige landen kan het ook gevoelig liggen door regionale slangbetekenissen. Dit is een goed moment voor een simpele regel voor learners: als een woord voelt alsof het een dubbele betekenis kan hebben, kies dan een duidelijker alternatief zoals abrigo (mantel) of specificeer het type, bijvoorbeeld chaqueta de cuero.

Als je benieuwd bent hoe alledaagse woorden kunnen verschuiven naar slang, houd dat dan apart van je winkelwoordenschat en leer het bewust, zoals in onze gids met Spaanse scheldwoorden.

Tenis

Uitspraak: TEH-nees

In Mexico is tenis een standaardwoord voor sneakers. In Spanje hoor je eerder zapatillas voor sneakers, en tenis kan worden opgevat als de sport.

In een winkel kun je dubbelzinnigheid vermijden door context toe te voegen: zapatillas deportivas (sportsneakers).

Hoe Spaanse kledingwoorden zich gedragen in echte zinnen

Kledingwoordenschat bestaat niet alleen uit zelfstandige naamwoorden. De werkwoorden en voornaamwoorden eromheen zorgen dat je natuurlijk klinkt.

Gebruik llevar voor "dragen"

Llevar (yeh-BAHR) is een van de meest gebruikelijke manieren om te zeggen wat iemand aan heeft.

  • Llevo una camiseta negra.
  • Ella lleva botas.

Dit patroon hoor je voortdurend in films en series, vooral in scènes waarin personages iets zeggen over iemands uiterlijk.

Gebruik ponerse en quitarse voor handelingen

Ponerse (poh-NEHR-seh) is "aantrekken", en quitarse (kee-TAHR-seh) is "uittrekken".

  • Ponte el abrigo.
  • Quítate los zapatos.

Dit zijn heel bruikbare opdrachten op reis, vooral op luchthavens, bij security en in huizen waar schoenen uitgaan.

Me queda: "het past me" is je superkracht in de winkel

In plaats van "Het past" woord voor woord te vertalen, gebruikt Spaans vaak quedar.

  • Me queda bien. (Het past me goed.)
  • Me queda grande. (Het is te groot voor me.)
  • Me queda pequeño. (Het is te klein voor me.)

Dit is zo’n zin die automatisch wordt als je leert uit scènes, niet uit lijstjes. Als je een methode wilt met echte dialogen, bekijk dan hoe je een taal leert met films.

Culturele notities: wat je echt ziet in Spaanstalige winkels

🌍 Waarom je overal 'rebajas' ziet in Spanje

In Spanje heten seizoensuitverkopen vaak rebajas (reh-BAH-hahs). Je ziet borden met 'Rebajas' in de winter en de zomer, en winkelpersoneel gebruikt het als een normaal zelfstandig naamwoord: 'Estamos en rebajas.' Als je dit ene woord kent, voelt winkelen meteen minder verwarrend.

🌍 Lunares, een patroon met culturele lading

De lunares (deh loo-NAH-rehs), 'met stippen', is in Spanje niet zomaar een neutraal woord voor een patroon. Het wordt sterk geassocieerd met flamenco-mode en feria-outfits in Andalusië. Als je een jurk 'de lunares' complimenteert, kan dat een specifieke, positieve culturele sfeer meedragen, meer dan alleen 'leuk patroon'.

Veelgemaakte fouten die Nederlandstaligen maken met Spaanse kledingwoordenschat

Ropa en trapo door elkaar halen

Ropa is kleding. Trapo is in veel contexten een doek of lap om schoon te maken.

Ze lijken qua klank genoeg op elkaar dat learners ze onder druk soms verwisselen. Als je Necesito comprar trapos zegt, kun je een vreemde blik krijgen.

Te vaak "es" gebruiken in plaats van "lleva"

In het Nederlands zeg je vaak "Hij draagt..." of "Hij heeft ... aan", maar Spaans kiest vaak voor llevar. In sommige regio’s kun je Está usando zeggen, maar lleva is de meest algemeen natuurlijke optie.

Het werk van David Crystal over hoe learners patronen internaliseren in echt taalgebruik is hier een goede reminder: je wilt de meest frequente constructie, niet de meest letterlijke vertaling. Voor Spaans benadrukken referentiegrammatica’s zoals Butt and Benjamin ook dat werkwoorden en vaste combinaties met hoge frequentie belangrijker zijn dan zeldzame synoniemen als je vloeiendheid opbouwt.

Geslacht en getal vergeten

Spaanse kledingwoorden hebben grammaticaal geslacht, en bijvoeglijke naamwoorden moeten meeveranderen:

  • una camisa blanca (niet blanco)
  • unos pantalones negros (meervoud)

Als je snel wilt opfrissen hoe Spaanse vormen zich gedragen in verschillende regio’s, helpt het overzicht in overzicht van de Spaanse taal je om woordenschat met structuur te verbinden.

Oefenen: mini-outfitbeschrijvingen die je kunt kopiëren

Gebruik deze als sjablonen, en vervang daarna woorden met items uit de tabel.

  1. Hoy llevo una camiseta lisa y unos jeans.
  2. Necesito un abrigo impermeable y unas botas.
  3. ¿Me puedo probar esta chaqueta?
  4. ¿Tienen esta falda en talla M?
  5. Me queda bien, pero los zapatos me quedan grandes.

Als je een compliment warmer of flirteriger wilt maken, kun je kledingwoordenschat combineren met een simpele zin uit hoe je 'ik hou van je' zegt in het Spaans, maar houd het passend bij de context.

Leer kledingwoordenschat sneller met film- en tv-fragmenten

Kledingwoorden zijn ongewoon "visueel", en daardoor ideaal om met clips te leren. Je hoort het woord, je ziet het item, en vaak zie je ook de handeling, zoals ponerse of quitarse.

Een praktische routine is: kijk een kort fragment, pauzeer, noteer vijf dingen die je zag, en kijk dan opnieuw en luister naar de exacte woorden. Dit sluit aan bij wat het werk van Paul Nation over woordenschat leren benadrukt: herhaalde ontmoetingen in betekenisvolle context maken van herkenning bruikbare spreekvaardigheid.

Als je een volgende serie zoekt, begin dan bij de blogindex en kies een watchlist-artikel over taal leren dat bij je niveau past.

💡 Eén simpele inpak-oefening

Schrijf voor een reis je paklijst in het Spaans: camiseta, pantalones, calcetines, abrigo, zapatillas. Zeg het daarna hardop terwijl je inpakt. Het kost weinig moeite, maar het dwingt je om woorden actief op te halen, en dat zorgt dat woordenschat blijft hangen.

Laatste takeaway

Als je de kern-zelfstandige naamwoorden voor kleding leert, de winkelwerkwoorden toevoegt (probarse, quedar), en een paar regionale wissels onthoudt (playera, tenis, vaqueros), dan kun je de meeste echte winkel- en reissituaties in het Spaans met vertrouwen aan.

Als je er klaar voor bent, oefen dan met echte dialogen in korte scènes, want kleding komt voortdurend terug in alledaagse verhalen, van je klaarmaken in de ochtend tot een last-minute outfitwissel voor een date.

Veelgestelde vragen

Wat is het meest gebruikte woord voor 'kleding' in het Spaans?
Het meest gebruikte woord is ropa. Het wordt in Spanje en Latijns-Amerika gebruikt voor kleding in het algemeen: Necesito comprar ropa (ik moet kleding kopen). Voor een specifieke outfit hoor je ook conjunto (set) of atuendo (formeler, 'kledij'), maar ropa is de standaard in het dagelijks taalgebruik.
Is 'camiseta' hetzelfde als 'playera'?
Beide betekenen 'T-shirt', maar het gebruik is regionaal. Camiseta wordt breed begrepen en is gebruikelijk in Spanje en veel landen in Latijns-Amerika. Playera is vooral gangbaar in Mexico en delen van Centraal-Amerika. In winkels werken beide, maar lokale woordkeuze maakt het vaak net makkelijker.
Hoe zeg je 'jeans' in het Spaans?
Een heel gebruikelijke optie is los jeans, vaak ongeveer zoals in het Engels uitgesproken. In Spanje hoor je ook vaqueros, en in Mexico pantalones de mezclilla voor spijkerjeans. In een winkel kun je vragen: ¿Tienen jeans en talla mediana? (Hebben jullie jeans in maat M?).
Wat is het verschil tussen 'abrigo', 'chaqueta' en 'chamarra'?
Abrigo is een jas, meestal warmer en langer. Chaqueta is een jasje of jack, vaak lichter en korter, en is gebruikelijk in Spanje en veel regio's. Chamarra is een heel gangbaar woord voor jack in Mexico en sommige buurlanden. Als je twijfelt, wordt chaqueta meestal overal begrepen.
Hoe vraag ik naar mijn kledingmaat in het Spaans?
Je kunt vragen: ¿Qué talla es? (Welke maat is het?) of ¿Tienen esta prenda en talla M? (Hebben jullie dit kledingstuk in maat M?). Voor schoenen is ¿Qué número calzas? (Welke schoenmaat heb je?) gebruikelijk, en in winkels kun je vragen: ¿Tienen el 38? (Hebben jullie maat 38?).

Bronnen en referenties

  1. Real Academia Española (RAE), Woordenboek van de Spaanse taal, 23e editie
  2. Asociación de Academias de la Lengua Española (ASALE), Diccionario de americanismos
  3. Instituto Cervantes, Het Spaans in de wereld, jaarrapport 2024
  4. Ethnologue: Languages of the World, lemma over de Spaanse taal (2024)
  5. FundéuRAE, aanbevelingen over Spaans taalgebruik (geraadpleegd in 2026)

Begin met leren met Wordy

Kijk echte filmclips en bouw je woordenschat op terwijl je kijkt. Gratis te downloaden.

Download in de App StoreDownloaden op Google PlayBeschikbaar in de Chrome Web Store

Meer taalgidsen