← Terug naar de blog
🇬🇧Engels

Engelse woordenschat voor beroepen: 120+ veelvoorkomende functies met uitspraak

Door SandorBijgewerkt: 14 juni 202610 min leestijd

Snel antwoord

Om over werk te praten in het Engels, heb je functietitels nodig (teacher, nurse, engineer), rollen op de werkvloer (manager, intern) en technische en serviceberoepen (electrician, barista). Deze lijst geeft je 120+ veelvoorkomende beroepen met eenvoudige uitspraak-hulp en korte uitleg over wat elke rol meestal doet, zodat je jezelf kunt voorstellen en echte gesprekken beter begrijpt.

Engelse woordenschat over werk gaat vooral om het leren van de functietitel die je nodig hebt (zoals "nurse" of "software engineer") en die gebruiken in een natuurlijke zin zoals "I’m a nurse" of "I work as a software engineer." Deze gids geeft je 120+ veelvoorkomende beroepen met uitspraak, plus de kleine grammatica en cultuurregels die je introductie normaal laten klinken.

Engels wordt wereldwijd gebruikt, en de editie van Ethnologue uit 2024 schat ongeveer 1,5 miljard sprekers in totaal. Dat is belangrijk, omdat functietitels meereizen tussen landen, maar de betekenis van een titel kan verschuiven tussen de VS, het VK, Canada, Australië en internationale werkplekken.

Als je ook je basiswoordenschat voor alledaags gebruik opbouwt, combineer deze lijst dan met de 100 meest voorkomende Engelse woorden. Voor luisteroefening op de werkvloer komen de snelste resultaten vaak uit scènes met veel dialoog, zie beste films om Engels te leren.

NederlandsEngelsUitspraakNotitie
AccountantAccountantuh-KOWN-tuhntBeheert financiële administratie, belastingen, audits.
ActeurActorAK-terSpeelt in film, tv, theater.
Administratief medewerkerAdministrative assistantad-MIN-uh-stray-tiv uh-SIS-tuhntKantoorondersteuning, planning, documenten.
ArchitectArchitectAR-kih-tektOntwerpt gebouwen, plant bouwprojecten.
AdvocaatAttorneyuh-TUR-neeAmerikaanse term voor 'lawyer'.
AuditorAuditorAW-duh-terControleert rekeningen op juistheid en naleving.
BakkerBakerBAY-kerMaakt brood, gebak.
BarbierBarberBAR-berKnipt haar, vaak herenkapsels.
BaristaBaristabuh-REE-stuhMaakt koffiedranken in cafés.
BarmanBartenderBAR-ten-derSchenkt drankjes aan de bar.
BioloogBiologistbye-OL-uh-jistBestudeert levende organismen.
BoekhouderBookkeeperBOOK-kee-perHoudt dagelijkse financiële transacties bij.
BuschauffeurBus driverBUS DRY-verRijdt met openbare of privébussen.
SlagerButcherBOO-cherBereidt en verkoopt vlees.
TimmermanCarpenterKAR-pen-terBouwt met hout, ruwbouw en afwerking.
KassamedewerkerCashierka-SHEERVerwerkt betalingen in winkels.
Chef-kokChefSHEFProfessionele kok, leidt vaak een keuken.
Civiel ingenieurCivil engineerSIV-uhl en-juh-NEEROntwerpt wegen, bruggen, infrastructuur.
SchoonmakerCleanerKLEE-nerMaakt kantoren, huizen en openbare ruimtes schoon.
CoachCoachKOHCHTrainen van sporters of teams.
BouwvakkerConstruction workerkuhn-STRUK-shuhn WUR-kerBouwt en repareert constructies.
ConsultantConsultantkuhn-SUL-tuhntAdviseert bedrijven of klanten.
KokCookKUKBereidt eten, breder dan 'chef'.
KlantenservicemedewerkerCustomer service representativeKUS-tuh-mer SUR-vis rep-rih-ZEN-tuh-tivHelpt klanten via telefoon, chat, e-mail.
Data-analistData analystDAY-tuh AN-uh-listAnalyseert data en rapporteert inzichten.
TandartsDentistDEN-tistBehandelt tanden en mondgezondheid.
OntwerperDesignerdih-ZY-nerMaakt visuele of productontwerpen.
DiëtistDietitiandye-uh-TISH-uhnVoedingsprofessional, vaak klinisch.
ArtsDoctorDOK-terMedisch arts in alledaags taalgebruik.
ChauffeurDriverDRY-verAlgemene term, bezorging, taxi, enz.
ElektricienElectricianih-lek-TRISH-uhnInstalleert en repareert elektrische systemen.
AmbulancehulpverlenerEMTEE-em-TEEEmergency medical technician.
IngenieurEngineeren-juh-NEERBrede term, specificeer het vakgebied als dat kan.
EventplannerEvent plannerih-VENT PLAN-erPlant bruiloften, conferenties en events.
FabrieksarbeiderFactory workerFAK-tuh-ree WUR-kerWerkt in de productie.
BoerFarmerFAR-merTeelt gewassen, houdt dieren.
BrandweermanFirefighterFY-er-fy-terReageert op branden en noodgevallen.
Steward(ess)Flight attendantFLYTE uh-TEN-duhntCabinepersoneel in vliegtuigen.
Grafisch ontwerperGraphic designerGRAF-ik dih-ZY-nerOntwerpt visuals, branding en layouts.
KapperHairdresserHAIR-dres-erKnipt en stylet haar, vaak uniseks.
HR-managerHR manageraych-AR MAN-ih-jerHuman resources, werving, beleid.
TolkInterpreterin-TUR-prih-terVertaalt gesproken taal live.
IT-supportspecialistIT support specialisteye-TEE suh-PORT SPESH-uh-listLost technische problemen voor gebruikers op.
ConciërgeJanitorJAN-ih-terMaakt gebouwen schoon en onderhoudt ze.
JournalistJournalistJUR-nuh-listBrengt nieuws, schrijft artikelen.
RechterJudgeJUHJLeidt rechtszittingen.
AdvocaatLawyerLAW-yerAlgemene term, VS en VK.
BibliothecarisLye-BRAIR-ee-uhnlye-BRAIR-ee-uhnWerkt in een bibliotheek, beheert collecties.
Machine-operatorMachine operatormuh-SHEEN OP-uh-ray-terBedient industriële machines.
ManagerManagerMAN-ih-jerGeeft leiding aan mensen of een afdeling.
MarketingspecialistMarketing specialistMAR-kih-ting SPESH-uh-listPromoot producten en campagnes.
MonteurMechanicmuh-KAN-ikRepareert voertuigen of machines.
OppasNannyNAN-eeKinderopvang in een privéhuis.
VerpleegkundigeNurseNURSVerleent patiëntenzorg, vaak in ziekenhuizen.
KantoormedewerkerOffice workerAW-fis WUR-kerAlgemene term voor kantoorbanen.
ParamedicusParamedicpair-uh-MED-ikGeavanceerde spoedeisende zorg.
ApothekerPharmacistFAR-muh-sistVerstrekt medicijnen en adviseert patiënten.
FotograafPhotographerfuh-TAH-gruh-ferMaakt en bewerkt foto's.
ArtsPhysicianfih-ZISH-uhnFormeler woord voor 'doctor'.
PilootPilotPY-luhtVliegt met een vliegtuig.
LoodgieterPlumberPLUM-erInstalleert en repareert leidingen.
PolitieagentPolice officerpuh-LEES AW-fih-serHandhaving van de wet.
HoogleraarProfessorpruh-FES-erUniversitaire docent, titel verschilt per land.
ProjectmanagerProject managerPRAH-jekt MAN-ih-jerPlant en leidt projecten.
ReceptionistReceptionistrih-SEP-shuh-nistOntvangt bezoekers en neemt telefoons op.
OnderzoekerResearcherree-SUR-cherDoet onderzoek in academie of industrie.
VerkoperSalespersonSAYLZ-pur-suhnVerkoopt producten of diensten.
WetenschapperScientistSY-uhn-tistWerkt in wetenschappelijk onderzoek.
BeveiligerSecurity guardsih-KYUR-ih-tee gardBeschermt eigendommen en mensen.
BedienerServerSUR-verAmerikaanse term voor waiter/waitress.
Maatschappelijk werkerSocial workerSOH-shuhl WUR-kerOndersteunt mensen en gemeenschappen.
Software engineerSoftware engineerSAWFT-wair en-juh-NEERBouwt softwaresystemen.
WinkelmedewerkerStore clerkSTOR klurkHelpt klanten in een winkel.
ChirurgSurgeonSUR-juhnVoert operaties uit.
DocentTeacherTEE-cherGeeft les op scholen, brede term.
TherapeutTherapistTHER-uh-pistKan geestelijke gezondheidszorg of fysiotherapie zijn.
VertalerTranslatortrans-LAY-terVertaalt geschreven tekst.
VrachtwagenchauffeurTruck driverTRUK DRY-verRijdt vrachtwagens, lange afstand of lokaal.
BijlesdocentTutorTOO-terGeeft privéles, vaak één-op-één.
DierenartsVeterinarianvet-uh-rih-NAIR-ee-uhnDierenarts.
OberWaiterWAY-terBediening in restaurants, traditioneel mannelijke term.
ServeersterWaitressWAY-trisBediening in restaurants, traditioneel vrouwelijke term.
WebdeveloperWeb developerWEB dih-VEL-uh-perBouwt websites en webapps.
LasserWelderWEL-derVerbindt metalen onderdelen met hitte.
SchrijverWriterRY-terSchrijft boeken, scripts, artikelen.

Hoe je functietitels gebruikt in echt Engels

Het woord kennen is maar de helft. De andere helft is werkwoordenschat gebruiken in patronen die moedertaalsprekers echt gebruiken.

De drie meest voorkomende zinsframes

Gebruik deze als sjablonen:

  • I’m a/an + job title.
    "I’m an engineer." (en-juh-NEER)

  • I work as a/an + job title.
    "I work as a graphic designer." (GRAF-ik dih-ZY-ner)

  • I work in + field/industry.
    "I work in marketing." (MAR-kih-ting)

Als je je bedrijf wilt toevoegen, gebruik dan "I work at + place": "I work at a hospital" of "I work at a startup."

💡 Snelle grammaticawinst: 'a' vs 'an'

Kies 'an' voor een klinkerklank: an accountant, an EMT, an engineer. Kies 'a' voor een medeklinkerklank: a nurse, a pilot, a university lecturer.

Functietitel vs rol vs senioriteit

Op echte werkplekken mengen mensen drie soorten woorden:

  • Functietitel: "software engineer," "nurse," "teacher"
  • Rol in een project: "team lead," "project manager," "point of contact"
  • Senioriteitsniveau: "junior," "senior," "lead," "director"

Daarom kun je iemand horen zeggen: "I’m a designer, but I’m the project lead on this one."

Werkwoordenschat die je het vaakst hoort (en waarom)

Sommige functiewoorden zijn vaak, omdat ze breed zijn. Andere zijn vaak, omdat ze terugkomen in verhalen, nieuws en het dagelijks leven.

Brede titels die overal werken

Woorden zoals "manager," "teacher," "nurse," "engineer," en "driver" worden bijna overal begrepen waar Engels wordt gebruikt. Zelfs als de exacte taken verschillen, snapt de luisteraar meteen de categorie.

De ISCO-08-classificatie van de International Labour Organization laat zien hoeveel beroepen in brede families worden gegroepeerd. Dat is een goede herinnering voor leerlingen: je hebt niet altijd de perfecte micro-titel nodig om te communiceren.

Titels die per land van betekenis veranderen

Een paar titels zijn makkelijk om verkeerd te begrijpen:

  • Attorney is vooral Amerikaans gebruik. In het VK hoor je "lawyer," plus specifieke rollen zoals "solicitor" en "barrister."
  • Professor kan verschillende rangen betekenen, afhankelijk van het land. In de VS kan het een algemene titel voor universitair onderwijs zijn, terwijl het in andere systemen een smallere senior rang kan zijn.
  • Server is in de VS gebruikelijk voor restaurantpersoneel. In het VK is "waiter" in alledaagse taal vaker.

🌍 Gendergebonden functietitels verdwijnen, maar zijn er nog

In veel Engelstalige werkplekken hebben genderneutrale termen de voorkeur: 'police officer' in plaats van 'policeman', 'firefighter' in plaats van 'fireman'. In restaurants wordt vaak 'server' gebruikt om 'waiter/waitress' te vermijden. Je hoort oudere vormen nog in films en van oudere sprekers, dus het helpt om beide te herkennen.

Uitspraak-snelkoppelingen die je makkelijker te begrijpen maken

De Engelse uitspraak is niet volledig voorspelbaar vanuit de spelling, maar functietitels hebben patronen die je kunt gebruiken.

-er-eindes

Veel beroepen eindigen op -er: "teacher," "driver," "writer," "welder." Het einde is meestal een ontspannen "er"-klank: TEE-cher, DRY-ver.

-ist-eindes

Woorden zoals "dentist," "pharmacist," "scientist" eindigen op -ist. Houd het kort, niet "ee-ist": DEN-tist, FAR-muh-sist.

Klemtoonpatronen zijn belangrijker dan perfecte klinkers

Het werk van David Crystal over Engelse uitspraak en ritme benadrukt dat Engels klemtoongebaseerd is. Bij functietitels is de juiste klemtoon meestal belangrijker dan kleine klinkerdetails.

Bijvoorbeeld, "en-juh-NEER" wordt sneller begrepen dan "EN-juh-neer," zelfs als je klinkers niet perfect zijn.

Als uitspraak je hoofddoel is, gebruik korte fragmenten en herhaal ze. Onze gids met tips voor Engelse uitspraak kan je helpen om de meest voorkomende klemtoonfouten aan te pakken.

Notities over werkcultuur: wat deze titels impliceren

Functietitels dragen sociale betekenis. Daarom is woordenschat ook cultuur.

"Professional" vs "trade" is geen waardeoordeel

In het Engels maken mensen soms onderscheid tussen "professional jobs" (zoals accountant, architect) en "trades" (zoals electrician, plumber). Dit is een culturele categorie, geen maat voor belangrijkheid.

In veel landen vereisen vakberoepen lange leertrajecten en vergunningen. In de VS legt de BLS Occupational Outlook Handbook typische instapeisen uit voor veel rollen, en je ziet vaak "license," "certification," of "associate degree" genoemd.

"White-collar" en "blue-collar"

Deze uitdrukkingen zijn gebruikelijk in nieuws en gesprekken op het werk:

  • white-collar: kantoor- en professioneel werk
  • blue-collar: handmatig en industrieel werk

Ze kunnen gevoelig liggen, afhankelijk van de context. Gebruik ze voorzichtig, en kies liever specifieke termen als dat kan.

⚠️ Vermijd beledigende labels op het werk

Woorden zoals 'lazy', 'dead-end job', of 'unskilled' kunnen beledigend zijn. Als je over functieniveau moet praten, gebruik neutrale taal zoals 'entry-level', 'junior', 'temporary', of 'part-time'. Als je slang wilt, leer het apart, zie Engelse slang en wees voorzichtig met het gebruik op het werk.

Mini-zinnenkit: jezelf voorstellen en vragen naar werk

Je hebt geen honderden zinnen nodig. Je hebt er een paar nodig die in veel situaties passen.

  • "What do you do?" (wut doo yoo DOO)
  • "I’m a nurse." (eye’m uh NURS)
  • "I work in marketing." (eye WURK in MAR-kih-ting)
  • "I’m between jobs right now." (eye’m bih-TWEEN JAHBZ right NOW)
  • "I’m looking for work." (eye’m LOO-king fer WURK)

Voor cijfers in sollicitatiegesprekken en roosters gebruik je datums, salarissen en tijd. Herhaal getallen in het Engels zodat je ze duidelijk kunt zeggen.

Werkwoordenschat leren met films en tv-fragmenten

Scènes op de werkvloer herhalen dezelfde woorden: "boss," "client," "deadline," "shift," "overtime." Die herhaling is nuttig, omdat het automatisch begrip opbouwt.

Een praktische methode is om één serie te kiezen met veel werkplekscènes, daarna functiewoorden te verzamelen die je in context hoort en ze te hergebruiken in je eigen zinnen. Dit past goed bij gespreide herhaling, maar de kern is dat het woord gekoppeld is aan een scène die je onthoudt.

Als je een geselecteerd startpunt wilt, gebruik dan onze lijst met beste films om Engels te leren en kies één film met veel alledaagse dialogen, niet met fantasywoordenschat.

Veelgemaakte fouten die leerlingen maken met functietitels

De baan en de werkplek door elkaar halen

"Hospital" is een plek, "doctor" is een baan. Dus je zegt "I work at a hospital," niet "I am a hospital."

"Profession" te vaak gebruiken

In het Engels kan "profession" formeel klinken. In een casual gesprek is "job" veiliger: "What’s your job?" of "What do you do?"

Scheldwoorden of harde slang gebruiken op het werk

Sommige leerlingen pikken sterke taal op uit entertainment en gebruiken die te vroeg. Als je nieuwsgierig bent, leer het als herkenningswoordenschat, niet als spreekwoordenschat. Onze gids voor Engelse scheldwoorden legt uit waarom bepaalde woorden je reputatie snel kunnen schaden.

Een eenvoudig oefenplan (15 minuten per dag)

  1. Kies 10 functietitels uit de tabel die bij je leven passen: jouw baan, de banen van je vrienden, banen die je dagelijks ziet.
  2. Schrijf voor elk één zin: "My sister is a pharmacist."
  3. Zeg ze hardop, met focus op klemtoon: FAR-muh-sist, en-juh-NEER.
  4. Luister ernaar in fragmenten, en herhaal dan de hele zin, niet alleen het woord.

Als je hierna meer hoogfrequente woordenschat wilt, ga dan terug naar de blogindex en kies één onderwerp waar je deze week echt over gaat praten.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen 'job', 'work' en 'career' in het Engels?
Een 'job' is een specifieke betaalde functie (I have a job at a bank). 'Work' is het werk dat je doet (I have a lot of work today), betaald of onbetaald. Een 'career' is je professionele pad op de lange termijn, over meerdere banen heen, vaak in hetzelfde vakgebied (a career in healthcare).
Hoe zeg ik mijn beroep natuurlijk in het Engels?
Gebruik 'I’m a/an...' om je beroep als identiteit te noemen (I’m a nurse), of 'I work as a/an...' als je iets formeler of tijdelijker wilt klinken (I work as a designer). Voor bedrijven: 'I work at...' (I work at Amazon). Voor sectoren: 'I work in...' (I work in finance).
Wanneer gebruik ik 'a' versus 'an' bij beroepen in het Engels?
Gebruik 'an' voor een klinkerklank, niet per se voor een klinkerletter. Je zegt 'an engineer' (en-JUH-NEER) en 'an accountant' (uh-KOWN-tuhnt). Maar 'a university lecturer', omdat 'university' met een 'yoo'-klank begint. Dit is belangrijk bij jezelf voorstellen.
Schrijf je functietitels met een hoofdletter in het Engels?
Meestal niet: 'She is a doctor.' Gebruik een hoofdletter als het deel is van een naam of als formele titel: 'Doctor Patel' of 'Professor Kim.' Sommige organisaties gebruiken hoofdletters in documenten (Senior Manager), maar in gewone tekst is kleine letter meestal het veiligst.
Welke werkwoorden en functiewoorden hoor ik vaak in films en series?
Je hoort vaker algemene woorden zoals 'boss', 'manager', 'coworker', 'intern' en 'client' dan heel specifieke functietitels. In werkscènes komen ook werkwoorden voor zoals 'hire', 'fire', 'promote' en 'quit.' Voor luisteroefening: kies series met veel werkvloer-scènes en onze [Engelse filmtips om te leren](/blog/best-movies-to-learn-english).

Bronnen en referenties

  1. Ethnologue: Languages of the World, item over de Engelse taal (27e editie, 2024)
  2. International Labour Organization (ILO), ISCO-08: International Standard Classification of Occupations
  3. U.S. Bureau of Labor Statistics (BLS), Occupational Outlook Handbook, geraadpleegd in 2026
  4. Cambridge Dictionary, items voor geselecteerde beroepen, geraadpleegd in 2026

Begin met leren met Wordy

Kijk echte filmclips en bouw je woordenschat op terwijl je kijkt. Gratis te downloaden.

Download in de App StoreDownloaden op Google PlayBeschikbaar in de Chrome Web Store

Meer taalgidsen