← Terug naar de blog
🇬🇧Engels

Vraagwoorden in het Engels: who, what, when, where, why, how en meer

Door Sandor5 maart 20269 min leestijd

Snel antwoord

De Engelse vraagwoorden (question words of wh-words): who (wie), what (wat), when (wanneer), where (waar/waarheen), why (waarom), how (hoe/wat voor), which (welke), whose (wiens), whom (wie, formeel als lijdend voorwerp). In het Engels staan ze meestal aan het begin van de zin. Vooral „how" heeft veel combinaties: how much, how many, how long, how often.

Engels is de meest geleerde tweede taal ter wereld, volgens Ethnologue 2024 gebruiken bijna 1,5 miljard mensen het als moedertaal of tweede taal. Het leren van vraagwoorden is een van de eerste en belangrijkste stappen op dit leerpad. Zonder vraagwoorden kun je geen informatie vragen, geen gesprek voeren en niet begrijpen wat anderen vragen.

In het Engels heten vraagwoorden wh-words of question words, de meeste beginnen met wh (who, what, when, where, why, which, whose, whom), behalve how. How hoort er qua klank en functie ook bij. In totaal moet je negen basiswoorden leren, maar how vormt veel combinaties. Elke combinatie maakt een aparte vraag mogelijk.

"The interrogative system of a language is the primary tool for learning — it is through questions that children acquire their mother tongue, and through questions that adult learners unlock the meaning of a new language."

(David Crystal, The Cambridge Encyclopedia of the English Language, Cambridge University Press, 2019)

De basisstructuur van vraagzinnen met een vraagwoord in het Engels is: [vraagwoord] + [hulpwerkwoord] + [onderwerp] + [hoofdwerkwoord]. Dit verschilt van het Nederlands, waar de woordvolgorde flexibeler is en je geen do-hulpwerkwoord gebruikt. In het Engels is een hulpwerkwoord (do, does, did, is, are, will) verplicht, behalve als het vraagwoord zelf het onderwerp is (Who called? / Wie belde?).


Overzicht van alle vraagwoorden

💡 De uitspraakvalkuil: de stille 'wh'

In het Engels is de uitspraak van wh niet altijd hetzelfde, en dat verrast veel leerlingen. In de meeste wh- woorden hoor je de w en is de h stil: what → /wʌt/, where → /wɛr/. Maar who → /huː/ en whose zijn uitzonderingen. Daar is de w stil en hoor je alleen de h. In alle andere gevallen (what, when, where, why, which) hoor je de w en is de h stil.


Alle vraagwoorden in detail

WHO , wie?

Who (/huː/) vraagt naar personen. Dit is het enige vraagwoord waarbij de woordvolgorde in het Engels speciaal kan zijn. Als who zelf het onderwerp is, dus de gevraagde persoon doet de actie, dan heb je geen hulpwerkwoord nodig.

  • Who is that? , Wie is dat?
  • Who called you? , Wie belde je?
  • Who are you? , Wie ben jij?
  • Who lives here? , Wie woont hier?

Als who het lijdend voorwerp is, verschijnt het hulpwerkwoord: Who did you call? (Wie heb je gebeld?) In informeel Engels zeggen mensen dit ook in plaats van whom. In dagelijkse gesprekken gebruiken mensen bijna altijd who.

WHAT , wat?

What (/wʌt/) vraagt naar dingen, situaties en acties. Het is een van de meest gebruikte vraagwoorden.

  • What is this? , Wat is dit?
  • What do you do? , Wat doe je voor werk? (Letterlijk: Wat doe je?)
  • What time is it? , Hoe laat is het?
  • What did you say? , Wat zei je?
  • What's your name? , Hoe heet je?

💡 What's up? , De meest voorkomende begroetingsvraag

What's up? (/wʌts ʌp/) is een van de meest informele en meest gebruikte begroetingsvragen in het Engels. Het betekent ongeveer: „Wat is er?" of „Alles goed?". Je antwoordt vaak met Not much (Niet veel), Not a lot (Niet zoveel) of Everything's good (Alles gaat goed). Probeer geen lang antwoord te geven. Het is een beleefdheidsformule, geen echte vraag.

WHEN , wanneer?

When (/wɛn/) vraagt naar tijd: wanneer iets gebeurde of wanneer iets gaat gebeuren.

  • When is your birthday? , Wanneer ben je jarig?
  • When did you arrive? , Wanneer ben je aangekomen?
  • When will the meeting start? , Wanneer begint de vergadering?
  • When does the shop open? , Wanneer gaat de winkel open?

Op een when-vraag antwoord je meestal met een tijdsbepaling: yesterday (gisteren), at 3 o'clock (om 3 uur), next Monday (volgende maandag), in two weeks (over twee weken).

WHERE , waar? / waarheen?

Where (/wɛr/) vraagt naar plaats. In het Engels drukt where met één woord uit wat we in het Nederlands vaak met „waar” en „waarheen” onderscheiden. De context maakt duidelijk of je naar locatie of richting vraagt.

  • Where are you? , Waar ben je?
  • Where do you live? , Waar woon je?
  • Where are you going? , Waar ga je heen?
  • Where are you from? , Waar kom je vandaan?

Where are you from? is een van de meest gebruikte ijsbrekervragen in het Engels. Je hoort het in bijna elke kennismaking.

WHY , waarom?

Why (/waɪ/) vraagt naar een reden.

  • Why are you laughing? , Waarom lach je?
  • Why did she leave? , Waarom ging ze weg?
  • Why is the sky blue? , Waarom is de lucht blauw?
  • Why not? , Waarom niet?

Why not? kan ook als een complete, losse vraag. In het Engels is dit een veelgebruikte manier om te vragen wat het probleem is, of om instemming te tonen: „Shall we go to the cinema?" , „Why not!" (Waarom niet, laten we gaan!)

HOW , hoe? / wat voor?

How (/haʊ/) vraagt naar manier en kwaliteit. Dit is het meest veelzijdige vraagwoord. Het vormt op zichzelf al complete vragen, en in combinatie met andere woorden ontstaan veel nieuwe vragen. Het volgende hoofdstuk legt dit uitgebreider uit.

  • How are you? , Hoe gaat het?
  • How does this work? , Hoe werkt dit?
  • How do you spell that? , Hoe spel je dat?
  • How old are you? , Hoe oud ben je?

De combinaties met HOW

How vormt in het Engels veel combinaties. Elke combinatie is een vaste vraaguitdrukking met een eigen betekenis. Je hebt ze nodig in dagelijks Engels.

Het verschil tussen how much en how many is een van de eerste grammaticale punten voor elke leerling. De regel is simpel. Als het zelfstandig naamwoord telbaar is, met enkelvoud en meervoud (apple/apples, person/people), dan gebruik je how many. Als het niet-telbaar is, zonder meervoud (water, money, information), dan gebruik je how much.

Telbaar (how many)Niet-telbaar (how much)
How many apples? (Hoeveel appels?)How much water? (Hoeveel water?)
How many people? (Hoeveel mensen?)How much money? (Hoeveel geld?)
How many days? (Hoeveel dagen?)How much time? (Hoeveel tijd?)
How many mistakes? (Hoeveel fouten?)How much sugar? (Hoeveel suiker?)

How long is extra handig. Het kan over tijd gaan (How long does the flight take? , Hoe lang duurt de vlucht?) en ook over fysieke lengte (How long is the bridge? , Hoe lang is de brug?). How soon vraagt naar hoe dichtbij iets in de tijd is. Je hoort het vaak bij plannen voor de toekomst: How soon can you finish this? (Hoe snel kun je dit afmaken?)


WHAT vs. WHICH , wanneer gebruik je welke?

💡 What = open, Which = beperkte keuze

Het verschil tussen what en which hangt af van het aantal mogelijke antwoorden. Als de opties onbeperkt zijn of niet vastliggen, kies je what. Als de vraagsteller een antwoord verwacht uit een concrete, beperkte set, is which preciezer.

  • What is your favorite color? , Wat is je lievelingskleur? (Elke kleur kan.)
  • Which color do you prefer , red or blue? , Welke kleur vind je beter, rood of blauw? (Twee opties.)
  • What would you like to drink? , Wat wil je drinken? (Hele kaart.)
  • Which drink would you like , coffee or tea? , Welke wil je, koffie of thee? (Twee opties.)

Which kan ook als bijvoeglijk woord voor een zelfstandig naamwoord staan: Which book did you read? (Welk boek heb je gelezen?) Dan weet de vraagsteller dat het om boeken gaat. Hij verwacht een keuze uit een bepaalde set. What kan ook voor een zelfstandig naamwoord staan: What book are you reading? (Wat voor boek lees je?) Dit is opener. Het gaat niet uit van een vaste set.


WHO vs. WHOM , in formeel en informeel Engels

🌍 'Whom' verdwijnt uit informeel Engels

Whom (/huːm/) is de objectvorm van who. Je zou het moeten gebruiken als de gevraagde persoon niet het onderwerp is, maar het lijdend voorwerp, of als aanvulling bij een voorzetsel. Formeel: To whom did you speak? (Met wie sprak je?), Whom did you invite? (Wie heb je uitgenodigd?).

In modern, alledaags Engels is whom bijna verdwenen uit informele spreektaal. Mensen gebruiken gewoon who: Who did you speak to? en Who did you invite? Beide zijn normaal in dagelijkse communicatie. De Oxford English Dictionary merkt op dat whom nu vooral voortleeft in formeel schrijven, juridische teksten en officiële documenten.

Als je twijfelt: informeel kun je altijd who zeggen. Het is wel handig om whom te herkennen in formele teksten.

De meest voorkomende whom-constructie is: voorzetsel + whom. In formeel Engels staat het voorzetsel vooraan, direct voor whom: To whom it may concern (Aan wie het aangaat, aanhef in brieven en officiële stukken), With whom are you traveling? (Met wie reis je?). In informeel Engels herschikken mensen dit: Who are you traveling with?


Samenvatting van vraagstructuren

VraagwoordStructuur van de vraagVoorbeeldzinNederlandse vertaling
whowho + be/do + onderwerpWho is she?Wie is zij?
whatwhat + do/does/did + onderwerpWhat do you want?Wat wil je?
whenwhen + hulpwerkwoord + onderwerpWhen did it happen?Wanneer gebeurde het?
wherewhere + hulpwerkwoord + onderwerpWhere are you going?Waar ga je heen?
whywhy + hulpwerkwoord + onderwerpWhy did you leave?Waarom ging je weg?
howhow + hulpwerkwoord + onderwerpHow did you find it?Hoe heb je het gevonden?
whichwhich + zelfstandig naamwoord + hulpwerkwoordWhich way is faster?Welke route is sneller?
whosewhose + zelfstandig naamwoord + beWhose bag is this?Wiens tas is dit?
whomwhom / who + hulpwerkwoordWho(m) did you call?Wie heb je gebeld?
how muchhow much + niet-telbaarHow much does it cost?Hoeveel kost het?
how manyhow many + zelfstandig naamwoord mv.How many are left?Hoeveel zijn er over?
how longhow long + hulpwerkwoordHow long will it take?Hoe lang duurt het?

⚠️ De woordvolgordevalkuil: vertaal het Nederlands niet letterlijk

In het Nederlands kun je het vraagwoord soms op verschillende plekken zetten, en je gebruikt geen do-hulpwerkwoord. In het Engels staat het vraagwoord bijna altijd vooraan, en het hulpwerkwoord is verplicht, behalve als het vraagwoord zelf het onderwerp is. Twee typische fouten zijn: „Where you live?" (goed: Where do you live?) en „What you want?" (goed: What do you want?). Het weglaten van do/does/did is een van de meest voorkomende woordvolgordefouten bij Nederlandstaligen.


Vraagwoorden in idiomatische uitdrukkingen

Engelse vraagwoorden gaan veel verder dan letterlijk vragen stellen. Veel idiomatische uitdrukkingen bouwen erop. Je hoort ze vaak in dagelijks Engels.

How come? is een van de meest gehoorde informele vraagwoordcombinaties. Het betekent hetzelfde als Why?, maar klinkt veel losser: How come you didn't call? (Waarom heb je niet gebeld?) tegenover het formelere Why didn't you call?. Volgens gegevens van de British Council is How come? vooral populair in Amerikaans Engels. Je hoort het ook in Brits Engels.

Why on earth? en What on earth? versterken emotie. Door on earth toe te voegen, klinkt de vraag veel nadrukkelijker: What on earth are you doing? (Wat in hemelsnaam ben je aan het doen?). Why in the world? drukt hetzelfde uit.

🌍 Vragen in het Engels: direct, maar niet opdringerig

In de Engelstalige cultuur, vooral in de Britse variant, volgen vragen sterke beleefdheidsnormen. Directe persoonlijke vragen, zoals leeftijd, salaris, religie en politieke mening, vermijd je meestal bij vreemden of nieuwe kennissen. De vraag Why? kan op zichzelf soms uitdagend klinken. Daarom gebruiken Britten vaak een omweg: Could I ask why...? of Do you mind if I ask...?. Amerikanen zijn meestal directer, maar vragen over geld, zoals salaris of huizenprijs, blijven ook daar vaak taboe bij mensen die geen goede vrienden zijn.


Oefen met echte Engelse content

De beste manier om vraagwoorden te leren is ze vaak te horen in echte Engelse content. In films en series hoor je ze met natuurlijk ritme en intonatie. Dat is precies zoals in dagelijkse gesprekken. Bekijk onze gids met de beste Engelse films voor taalleerders, met titels die goed werken voor natuurlijke dialogen.

Met Wordy kun je Engels leren uit echte content met interactieve ondertitels. Als een vraagwoord in de dialoog voorkomt, tik je erop. Je ziet meteen de uitspraak, betekenis, mogelijke combinaties en context. Dit werkt veel beter dan woordenlijsten stampen, vraagwoorden die je in context hoort blijven beter hangen, en je pikt intonatie vanzelf op.

Veelgestelde vragen

Welke vraagwoorden zijn er in het Engels?
De Engelse vraagwoorden (wh-words) zijn: who (wie), what (wat), when (wanneer), where (waar, waarheen), why (waarom), how (hoe), which (welke), whose (wiens), whom (wie, formeel als lijdend voorwerp). „How" vormt ook combinaties zoals how much, how many, how long, how often en how far.
Wat is het verschil tussen „who" en „whom" in het Engels?
„Who" gebruik je als onderwerp: „Who called?" „Whom" is formeel en hoort bij het lijdend voorwerp of na een voorzetsel: „To whom did you speak?" In modern, informeel Engels wordt „whom" vaak vervangen door „who": „Who did you speak to?" is heel normaal.
Wat is het verschil tussen „how much" en „how many"?
„How many" gebruik je bij telbare zelfstandige naamwoorden: „How many apples?", „How many people?" „How much" gebruik je bij ontelbare woorden: „How much water?", „How much money?" Ook voor prijzen: „How much does it cost?"
Hoe maak je vragen in het Engels met een vraagwoord?
De basisstructuur is: vraagwoord + hulpwerkwoord + onderwerp + hoofdwerkwoord. Bijvoorbeeld: „What do you do?", „Where does she live?", „When did they arrive?" Met het werkwoord be: „Where are you?", „Who is that?"
Wat is het verschil tussen „what" en „which"?
„What" gebruik je bij een open vraag met veel mogelijke antwoorden: „What is your favorite color?" „Which" gebruik je als je kiest uit een beperkte set: „Which color do you prefer, red or blue?" Als de opties duidelijk en beperkt zijn, is „which" preciezer.

Bronnen en referenties

  1. Crystal, David (2019). The Cambridge Encyclopedia of the English Language. Cambridge University Press.
  2. Merriam-Webster Dictionary (2026). merriam-webster.com.
  3. Oxford English Dictionary (2025). oed.com.
  4. British Council (2023). English Language Teaching: Global Research Report.

Begin met leren met Wordy

Kijk echte filmclips en bouw je woordenschat op terwijl je kijkt. Gratis te downloaden.

Download in de App StoreDownloaden op Google PlayBeschikbaar in de Chrome Web Store

Meer taalgidsen