← Terug naar de blog
🇬🇧Engels

Familieleden in het Engels: 40+ verwantschapstermen met uitspraak

Door Sandor3 maart 20269 min leestijd

Snel antwoord

De basis van Engelse familiewoorden: mother (moeder), father (vader), sibling (broer of zus, Engels maakt geen onderscheid in geslacht), brother (broer), sister (zus), son (zoon), daughter (dochter). In het Engels heb je geen aparte woorden voor „tante" en „oom" aan vaders of moeders kant, het is altijd „aunt" en „uncle".

De Engelse family-woordenschat (uitspraak: FEM-i-lee) is een van de eerste en nuttigste onderwerpen die je tegenkomt bij het leren van Engels. Bij kennismaken, reizen en op het werk komen familiewoorden bijna altijd voorbij. Voor we beginnen, is het goed om twee belangrijke verschillen tussen het Nederlands en het Engels te noemen.

Ten eerste: in het Engels bestaat het woord sibling (/ˈsɪblɪŋ/), dat “broer of zus” betekent, ongeacht het geslacht. In het Nederlands hebben we ook een verzamelwoord, “broers en zussen”, maar geen enkelvoudig woord dat precies hetzelfde doet. In het Engels bestaan de precieze woorden (brother, sister) ook, maar als iemand neutraal vraagt: „Do you have any siblings?", dan betekent dat: Heb je broers of zussen?, zonder te zeggen welke.

Ten tweede: in het Engels is er geen verschil tussen een oom of tante van moederskant en vaderskant. In het Nederlands maken we dat onderscheid meestal ook niet in één woord, maar het Engels is net zo algemeen: aan beide kanten zeg je uncle (oom) en aunt (tante). In totaal spreken ongeveer 1,5 miljard mensen Engels volgens Ethnologue, in zo’n grote gemeenschap is een eenvoudig en inclusief systeem praktisch.

„Az angol kinship terminology az Eskimo-típusú rendszerbe tartozik, amely egyenlő bánásmódban részesíti az apai és anyai ágú rokonokat, ellentétben a Bifurcate Merging rendszerekkel, ahol az anyai és apai oldal szavai eltérnek."

(David Crystal, The Cambridge Encyclopedia of the English Language, Cambridge University Press, 2019)


Ouders en kinderen

Het kerngezin (nuclear family) bestaat in het Engels uit ouders en kinderen. Dit zijn de eerste woorden die je het best kunt memoriseren, je hoort ze elke dag.

mother en father zijn de formele varianten, je ziet ze in documenten, medische formulieren en in beleefde contexten. In alledaagse gesprekken zeggen Amerikanen meestal mom en dad, en Britten mum en dad. Beide zijn even normaal, als je een Engelse film kijkt hoor je vaak allebei.

💡 Mom vs. Mum, het verschil over de Atlantische Oceaan

Amerikanen gebruiken mom (/mɒm/), Britten gebruiken mum (/mʌm/). De uitspraak verschilt ook: bij Amerikaans mom hoor je een “o”-klank, bij Brits mum een korte “u”-klank. Als je een Britse serie kijkt (bijv. Downton Abbey) of een Amerikaanse film (bijv. Home Alone), hoor je dit verschil.

De uitspraak van son is belangrijk: niet “son” met een Nederlandse “o”, maar /sʌn/, het klinkt precies als sun (zon). Dit is een homofonenpaar (homophones), twee verschillende woorden met dezelfde uitspraak. De uitspraak van daughter is /ˈdɔːtər/, de lettercombinatie “gh” is stil, net als in ought, bought, thought.


Broers en zussen

Het Engelse systeem voor broers en zussen is elegant: er is een neutraal woord (sibling) en er zijn twee geslachtswoorden (brother, sister). Daarnaast maken ze onderscheid tussen halfbroers en halfzussen (half-) en tweelingen (twin).

Aan sibling moet je extra aandacht geven. Volgens de Oxford English Dictionary komt het woord uit het Oudengelse sibb (verwant, verwantschapsband). In formele, neutrale contexten is het erg handig: op medische formulieren, schoolformulieren en in statistieken staat vaak sibling. Als iemand vraagt: „Are you an only child?", dan betekent dat: Ben je enig kind? Antwoord: „No, I have two siblings", dus: ik heb twee broers of zussen (je weet het geslacht niet uit de zin).

Veel mensen vragen naar het verschil tussen older/elder brother. Volgens Merriam-Webster is elder iets formeler en komt het vooral voor in Brits Engels. oldest en eldest (de oudste) bestaan ook naast elkaar: „She is the eldest of three sisters", zij is de oudste van drie zussen.


Grootouders en kleinkinderen

De woordenschat voor grootouders is eenvoudig en makkelijk te onthouden: je vormt woorden met het voorvoegsel grand-. Dit is hetzelfde principe als in het Frans (grand-mère, grand-père).

Informele koosnaampjes verschillen per regio en per familie. Amerikaanse kinderen gebruiken meestal grandma en grandpa, terwijl in Britse gebieden nan en granddad vaak voorkomen. Veel Britse en Australische oma’s heten nana of nan, en opa’s pop of grandad. De Cambridge Dictionary merkt op dat zulke koosvormen vaak “overerven” binnen families, kinderen nemen over wat hun ouders zeggen.


Ooms, tantes, neven en nichten

Dit is de woordgroep waar het Nederlandse en het Engelse systeem het meest verschillen. In het Engels is er geen verschil tussen vaderskant en moederskant, zowel bij ooms als bij tantes.

🌍 Waarom bestaat er geen ‘tante van vaderskant’ in het Engels?

De Engelse verwantschapsterminologie volgt het zogeheten “Eskimo”-systeem (geclassificeerd door antropoloog G. P. Murdock in Social Structure, 1949). In dit systeem onderscheiden ze directe familie (ouders, grootouders, kinderen) van zijtakken (ooms, tantes, neven en nichten), maar ze behandelen de zijtakken hetzelfde aan moederskant en vaderskant. Als je precies wilt zijn, zeg je in het Engels: „my aunt on my mother's side" of „my father's brother".

Het woord cousin is geslachtsneutraal, in tegenstelling tot bijvoorbeeld het Spaans (primo/prima) of het Frans (cousin/cousine). In het Engels zeg je gewoon cousin, of het nu een jongen of meisje is. Let bij de uitspraak van nephew op dat “ph” klinkt als “f”, dit komt uit het Grieks, net als in phone, photo, elephant.


Echtgenoot en verloving

Relatiewoorden in het Engels zijn erg inclusief: er zijn neutrale woorden (spouse, partner) en geslachtswoorden (husband, wife). Dit is extra belangrijk in moderne Engelse communicatie.

💡 Het woord „partner”, neutraal en modern

Het Engelse woord partner is een van de handigste relatiewoorden: het is geslachtsneutraal en zegt niets over de juridische status van de relatie. Veel moedertaalsprekers noemen hun partner partner, ook als ze getrouwd zijn, als ze niet per se husband of wife willen zeggen. In formele documenten is spouse de meest gebruikte neutrale term.

Het woordpaar fiancé en fiancée komt uit het Frans en is een bekend voorbeeld van hoe Engels ook geslachtsuitgangen overneemt. De uitspraak is hetzelfde (fee-ON-say), maar in de spelling eindigt fiancée (vrouw) op een dubbele e. In alledaags Engels schrijven of zeggen veel mensen simpelweg my fiancé(e), zonder het geslacht precies te markeren.


Aangetrouwde familie (in-laws) en stieffamilie (step-)

Dit is de woordgroep waar Engels echt systematisch werkt: twee voorvoegsels (in-law en step-) beschrijven bijna elke familierelatie.

Het woord in-laws is een samenstelling met een koppelteken en je gebruikt het ook als verzamelnaam: „My in-laws are coming for dinner" betekent dat de ouders van je man of vrouw komen eten. Volgens een onderzoek van de British Council wordt in informele contexten de verzamelterm in-laws steeds vaker gebruikt in plaats van mother-in-law / father-in-law.

Het voorvoegsel step- duidt een niet-biologische, stiefrelatie aan. Het woord komt uit het Oudengelse element stēop-, dat oorspronkelijk “wees, verloren” betekende, maar nu neutraal is. Het beschrijft samengestelde gezinnen. In de VS ligt het aandeel samengestelde gezinnen volgens Pew Research Center rond de 16% van de huishoudens, daarom zijn deze woorden belangrijk in het dagelijks taalgebruik.


Andere familieleden

Voor verdere familie gebruikt Engels ook een consequent voorvoegselsysteem: het voorvoegsel great- schuift de generatieafstand met één generatie op.

first cousin once removed is een van de meest verwarrende Engelse familietermen. Het woord removed betekent hier generatieafstand, niet emotionele afstand: het kind van je neef of nicht is voor jou first cousin once removed, één generatie “lager”. Als jij het kind bent van de neef of nicht van je ouder, dan is jouw kind voor die persoon ook first cousin once removed, maar het kind van jouw neef of nicht is voor jou second cousin. De Oxford English Dictionary heeft hiervoor een apart lemma.


Handige zinnen over family

De tabel hieronder verzamelt zinnen die in alledaagse Engelse gesprekken, bij kennismaken en in informele situaties, bijna zeker langskomen.

NederlandsEngelsUitspraak
Heb je broers of zussen?Do you have any siblings?doo yoo hav EN-ee SIB-lingz
Ik heb twee broers en één zus.I have two brothers and one sister.ay hav too BRUH-thurz and wun SIS-tur
Ik ben enig kind.I'm an only child.aym un OHN-lee chyld
Hoe oud is je moeder?How old is your mother?how ohld iz yor MUH-thur
Mijn man / mijn vrouwMy husband / my wifemy HUZ-bund / my wyf
Mijn schoonmoeder woont in Londen.My mother-in-law lives in London.my MUH-thur-in-law livz in LUN-dun
We zijn een grote/kleine familie.We're a big/small family.weer uh big/smawl FEM-i-lee
Mijn grootouders wonen in Hongarije.My grandparents live in Hungary.my GRAN-pair-unts liv in HUNG-gar-ee
Dit is mijn zus. / Dit is mijn broer.This is my sister. / This is my brother.this iz my SIS-tur / BRUH-thur
We zijn met z’n vieren, broers en zussen.There are four of us siblings.thair ar for uv us SIB-lingz

De vraag „Do you have any siblings?" is een van de meest voorkomende kennismakingsvragen in het Engels, vooral in Angelsaksische culturen, waar de grootte en structuur van de family een normaal small talk-onderwerp is. Als je antwoordt: „I'm an only child", dan is dat een volledig en natuurlijk antwoord. Als je meerdere broers of zussen hebt: „I have [number] siblings", of preciezer: „I have a brother and two sisters".


Oefen met echte Engelse content

Je onthoudt Engelse familiewoorden het best in echte context, in films, series en podcasts. Als moedertaalsprekers natuurlijk praten over hun family, blijft alles tegelijk hangen: klank, uitspraak en context.

In de Wordy app kun je echte Engelse content kijken met interactieve ondertitels. Als je een onbekend familiewoord ziet, krijg je met één klik de vertaling, uitspraak en voorbeeldzinnen. Zo leren de beste leerlingen Engels.

Als je filmtips nodig hebt, lees dan ons artikel legjobb filmek angol tanuláshoz, er staan veel titels in waar het thema family centraal staat. Het genre family drama is extra rijk aan familiewoorden: schoonmoeders, zwagers, stiefvaders en tweelingen komen in bijna elke scène voor.

Na het leren van Engelse family vocabulary is het slim om door te gaan met andere delen van de dagelijkse woordenschat. Ga naar de Wordy blog voor meer artikelen over Engelse woordenschat.

Veelgestelde vragen

Hoe zeg je de belangrijkste familieleden in het Engels?
Ouders: mother (moeder), father (vader). Kinderen: son (zoon), daughter (dochter). Broers en zussen: brother (broer), sister (zus). Grootouders: grandmother (oma), grandfather (opa). Broer of zus van je ouders: aunt (tante), uncle (oom). Neef of nicht: cousin.
Wat betekent „sibling" in het Engels?
„Sibling" (/ˈsɪblɪŋ/) zegt niets over het geslacht, het betekent gewoon „broer of zus". Mannelijk: „brother", vrouwelijk: „sister". Je ziet „sibling" vaak in neutrale, medische of administratieve contexten, zoals: „Do you have any siblings?" (Heb je broers of zussen?).
Hoe zeg je stiefbroer, stiefzus en stiefvader in het Engels?
Het voorvoegsel „step-" gebruik je voor niet-bloedverwanten: stepfather (stiefvader), stepmother (stiefmoeder), stepbrother (stiefbroer), stepsister (stiefzus), stepson (stiefzoon), stepdaughter (stiefdochter). „Half-" duidt halfbroers of halfzussen aan, zoals half-brother.
Hoe noem je de familie van je partner in het Engels?
Met „in-law" bedoel je familie via je huwelijk of partner: mother-in-law (schoonmoeder), father-in-law (schoonvader), brother-in-law (zwager), sister-in-law (schoonzus), son-in-law (schoonzoon), daughter-in-law (schoondochter). Als verzamelnaam: „in-laws", vaak informeel: „my in-laws".
Wat is het verschil tussen „older brother" en „elder brother"?
Beide betekenen „oudere broer", maar „elder" klinkt formeler en komt vaker voor in Brits Engels. „Older brother" is alledaags en in zowel Brits als Amerikaans Engels gebruikelijk. Ook „eldest" (oudste) en „youngest" (jongste) zijn standaard, bijvoorbeeld: „I'm the youngest of four siblings".

Bronnen en referenties

  1. Crystal, David (2019). The Cambridge Encyclopedia of the English Language. Cambridge University Press.
  2. Merriam-Webster Dictionary (2026). merriam-webster.com.
  3. Oxford English Dictionary (2025). oed.com.
  4. British Council (2023). English Language Teaching: Global Research Report.

Begin met leren met Wordy

Kijk echte filmclips en bouw je woordenschat op terwijl je kijkt. Gratis te downloaden.

Download in de App StoreDownloaden op Google PlayBeschikbaar in de Chrome Web Store

Meer taalgidsen